Wat telt bij een tariefverhoging?
Gepubliceerd op 6-1-2026
Vanaf 1 maart 2026 zou het btw-tarief voor een hotel en een camping stijgen naar 12%. Is nu snel boeken voor die datum dan een optie om 6% te genieten?
Nu betalen voor iets van na de tariefstijging. Dat is inderdaad de essentie van het vraagstuk, nl. welk btw-tarief is van toepassing wanneer een particulier reeds vóór 1 maart 2026 betaalt voor prestaties die pas na die datum plaatsvinden, zoals een hotelboeking voor tijdens de paasvakantie. De problematiek is vooral relevant voor sectoren waarin reservaties en vooruitbetalingen gangbaar zijn en waar de betaling vaak maanden vóór de effectieve prestatie plaatsvindt.
Wat is het tijdstip van opeisbaarheid? Daar hangt alles inderdaad van af. Dat tijdstip van opeisbaarheid bepaalt immers of het oude of nieuwe btw-tarief moet worden toegepast en dat tijdstip fungeert daarbij als een objectief aanknopingspunt dat losstaat van economische of commerciële overwegingen. Wanneer de btw opeisbaar wordt vóór 1 maart 2026, blijft het verlaagde tarief van 6% van toepassing. Wordt de btw daarentegen opeisbaar vanaf 1 maart 2026, dan moet het verhoogde tarief van 12% worden aangerekend.
Wat is dat tijdstip in een b2c-context? In een b2c-context wordt het tijdstip van opeisbaarheid exclusief bepaald door de ontvangstdatum van de betaling (art. 22bis, §3 W.Btw) . De btw wordt dus opeisbaar op het ogenblik dat de prijs, geheel of gedeeltelijk, effectief wordt betaald of geïnd. Dit betekent dat elke afzonderlijke betaling, hoe beperkt dan ook, een autonoom tijdstip van opeisbaarheid doet ontstaan.
Gevolgen bij voorschotten en gespreide betalingen? Kortweg, dat op eenzelfde prestatie verschillende btw-tarieven van toepassing kunnen zijn. Wanneer een particuliere klant een voorschot betaalt vóór 1 maart 2026 en het saldo pas nadien voldoet, blijft het tarief van 6% van toepassing op het voorschot, terwijl op het saldo het tarief van 12% verschuldigd is. Dit impliceert dat ondernemingen hun facturatie- en kassasystemen voldoende fijnmazig moeten inrichten om betalingen correct aan het juiste btw-tarief toe te wijzen. De btw-behandeling volgt in dat geval strikt de chronologie van de betalingen.
En bij vrijwillige facturatie aan particuliere klanten? Wordt er een factuur uitgereikt aan een particuliere klant in een geval waarin dat eigenlijk niet moest, dan blijft in principe ook de datum van betaling doorslaggevend voor het bepalen van het toepasselijke btw-tarief, en dus niet de datum van uitreiking van de factuur.
Tip. De Btw aanvaardt wel vanuit een pragmatische benadering, dat in geval van vrijwillige facturatie rekening mag worden gehouden met de factuurdatum, op voorwaarde dat deze tolerantie op een systematische wijze wordt toegepast voor alle vrijwillig aan particuliere klanten uitgereikte facturen (circ. 2019/C/65, 09.07.2019, nr. 116) .
Wat telt voor het btw-tarief is het tijdstip van opeisbaarheid en dat is bij particulieren de datum waarop hun betaling wordt ontvangen. Wat betaald is voor de tariefwijziging, blijft dus onderworpen aan het oude btw-tarief.
Bron: www.tipsenadvies.be

