Welke boekjaren zijn sinds 1 januari 2026 fiscaal verjaard?
Gepubliceerd op 10-2-2026
Het begin van een nieuw jaar betekent ook dat een aantal fiscale onderzoeks- en aanslagstermijnen verstreken zijn voor de Belastingen, maar hoe zit dat nu concreet met die termijnen, rekening houdend met de wet van 18 december 2025? Welke jaren zijn sinds 1 januari 2026 veilig?
Wat is er gewijzigd aan de termijnen?
Onderzoeks- en aanslagtermijnen. Dat zijn de twee termijnen die voor de Belastingen van belang zijn. De onderzoekstermijn is de termijn waarbinnen de fiscus uw aangiftes kan controleren, de aanslagtermijn is de termijn waarbinnen hij uw aangifte kan wijzigen. Die termijnen lopen gelijk.
Bijna alle termijnen teruggedraaid naar de oude. Daar komt het inderdaad op neer. De wet (Wet diverse bepalingen van 18.12.2025, BS 30.12.2025) die op procedureel vlak een aantal onderzoeks- en aanslagtermijnen wijzigt, gaat immers retroactief in sinds aanslagjaar 2023 en dat was net het aanslagjaar waarin een aantal nieuwe termijnen van kracht werden door een eerdere wet (wet van 20.11.2022, BS 30.11.2022) .
Termijn van zes en tien jaar opgeheven. De termijn van zes jaar werd ingevoerd voor zgn. semicomplexe aangiften en de tienjarige aanslagtermijn kon toegepast worden voor complexe aangiften (bv. de aangifte van bedrijven die door hun buitenlandse activiteiten aan bepaalde internationale rapporteringsverplichtingen moeten voldoen) en in geval van fraude.
Die van drie, vier en zeven jaar blijven. De (1) driejarige onderzoeks- en aanslagtermijn is de ‘gewone’ alom bekende termijn als de fiscus vindt dat uw aangifte onjuist of onvolledig is. De (2) vierjarige termijn kan dan weer toegepast worden als uw aangifte te laat of niet ingediend zou worden, of als het gaat om een complexe aangifte. De (3) zevenjarige termijn, ten slotte, is van toepassing in geval van fraude.
Tip. Doordat de fraudetermijn teruggebracht is van tien naar zeven jaar, wordt ook de bewaartermijn inzake inkomstenbelastingen aangepast naar zeven jaar (wijziging art. 315, al. 3 WIB 92) .
En voor de Btw? De onderzoeks- en correctietermijnen voor de Btw zijn gelijk aan die voor de Belastingen. De normale termijn is dus ook drie jaar en de termijn in geval van ontduiking is teruggebracht tot zeven jaar, zoals voorheen (wijziging art. 81bis W.Btw) .
Welke jaren veilig sinds 1 januari 2026?
Veilig, d.w.z. verjaard voor de Belastingen? Ja, dat bedoelen we daarmee. Eens kijken hoe dat concreet zit, ervan uitgaand dat uw boekjaar gelijkloopt met het kalenderjaar en dus afsluit op 31 december
Aangifte tijdig = boekjaar 2022 is verjaard. Als u uw aangifte tijdig ingediend heeft, dan kan de fiscus uw aangifte onderzoeken en wijzigen binnen de ‘gewone’ termijn van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar (art. 354, lid 1 WIB 92) . Concreet kan dus uw aangifte voor inkomstenjaar 2022 (aanslagjaar 2023) normaal gezien niet meer gecontroleerd of gewijzigd worden sinds 1 januari 2026.
Let op! Wanneer u in een bepaald jaar een beroepsverlies uit het verleden in aftrek neemt, kan de fiscus niet enkel het jaar controleren waarin u de aftrek vraagt, maar ook het jaar waarin het verlies ontstaan is, ook al valt dat buiten de gewone onderzoeks- en aanslagtermijn.
Aangifte te laat = boekjaar 2021 is verjaard. Voor een laattijdige aangifte schuift de controle- en aanslagtermijn één jaar op, naar vier jaar. De fiscus kan dus begin 2026 niet meer terugkomen op boekjaar 2021 (aanslagjaar 2022).De controle- en aanslagtermijnen van zes en tien jaar zijn retroactief sinds aanslagjaar 2023 opgeheven. De termijnen van drie (tijdige aangifte), vier (aangifte te laat) en zeven jaar (fraude) blijven dus nog over. Vanaf 1 januari 2026 kan de fiscus uw tijdig ingediende aangifte voor boekjaar 2022 (balans 31 december 2022) niet meer controleren of wijzigen.
Bron: www.tipsenadvies.be

